Kenmerken van een natuurlijke tuin
- Organische, gebogen vormen in paden, borders en terrassen.
- Veel en gelaagde beplanting: bomen, heesters, vaste planten en bodembedekkers.
- Inheemse en insectvriendelijke planten, en plekken om te schuilen en te nestelen.
- Water, zoals een vijver of een poel met een flauwe oever.
- Halfverharding zoals grind of boomschors in plaats van gesloten tegels.
Wild, maar niet rommelig
Een natuurlijke tuin werkt het best met een duidelijke structuur eronder. Een strak gemaaid pad door een bloemenweide, een haag als achtergrond of een terras met een heldere vorm laten de wilde delen bedoeld lijken. Dat maakt het verschil tussen natuurlijk en verwaarloosd.
Materialen die passen
Hout, boomschors, grind, keien en natuursteen met een ruwe kant. Gebruikte of gebakken klinkers passen goed voor paden. Laat voegen open waar het kan, zodat regenwater de grond in zakt.
Waar je op let
- Kies planten die bij je bodem en licht passen; dan hoef je minder te water geven en bij te sturen.
- Ook een natuurlijke tuin vraagt onderhoud, maar anders: minder snoeien en harken, meer sturen en uitdunnen.
- Laat uitgebloeide planten in de winter staan. Ze geven structuur en voedsel en schuilplek voor dieren.
Lees verder in de kennisbank: Tuinstijlen op een rij: welke past bij jou?.






